Het internationale ministerie "Licht voor de Naties" presenteert:
Een
openbaring van hemel en hel die
aan 7 jonge mensen werd gegeven.
(Wegens de opnamen waar wij van vertaald hebben, werden slechts 6 opgesteld)
(Eerste Getuigenis)
Lucas 16:19-26 Het Woord van God zegt:” (19) En er was een rijk man, die gekleed ging in purper en fijn linnen en elke dag schitterend feest hield.20 En er was een bedelaar, Lazarus genaamd, vol zweren, 21 nedergelegd bij zijn voorportaal, die verlangde zijn honger te stillen met wat van de tafel van de rijke afviel; zelfs kwamen de honden zijn zweren likken.22 Het geschiedde, dat de arme stierf en door de engelen gedragen werd in Abrahams schoot.23 Ook de rijke stierf en hij werd begraven. En toen hij in het dodenrijk zijn ogen opsloeg onder de pijnigingen, zag hij Abraham van verre en Lazarus in zijn schoot.24 En hij riep en zeide: Vader Abraham, heb medelijden met mij en zend Lazarus opdat hij de top van zijn vinger in water dope en mijn tong verkoele, want ik lijd pijn in deze vlam.25 Maar Abraham zeide: Kind, herinner u, hoe gij het goede tijdens uw leven hebt ontvangen en insgelijks Lazarus het kwade; nu wordt hij hier vertroost en gij lijdt pijn.26 En bij dit alles, er is tussen ons en u een onoverkomelijke kloof, opdat zij, die vanhier tot u zouden willen gaan, dit niet zouden kunnen, en zij vandaar niet aan onze kant zouden kunnen komen.”
De Bijbel, het Woord van God, is zeer duidelijk over het onderwerp van de hemel en de hel. In dit Bijbelgedeelte dat wij net hebben gelezen, vertelde de Heer ons over twee plaatsen: Hemel en Hel, de veroordeling of de redding. Er is geen overgangsgebied. Het vagevuur bestaat niet. Een voorportaal, waar de mensen voor een tijdje verblijven nadat zij van de aarde zijn vertrokken en dan naar hemel gaan bestaat ook niet; de Bijbel is erg duidelijk daar over.
11 april 1995
God gaf ons een openbaring die de koers van ons leven zou veranderen. Wij waren net begonnen om te leren over God en Zijn Woord. Wij zijn zeven jonge mensen aan welke God het voorrecht en de grote verantwoordelijkheid heeft gegeven om deze openbaring met de wereld te delen.
Alles begon om ongeveer 10:00 a.m. Wij waren aan het bidden en wij hadden die dag voorbereid om te gaan picknicken. Plotseling rond 10 a.m. Een zeer krachtig wit licht scheen door één van de ramen in de kamer. Toen dat licht verscheen, begonnen wij allemaal onmiddellijk in tongen te spreken, en werden wij gedoopt met het Heilige Geest . Op dat moment, waren wij allemaal verbaasd en gefascineerd met wat wij zagen. Dat prachtige licht verlichtte de gehele kamer waar wij waren. Het was een licht dat veel sterker was dan het licht van de zon en in het midden van dat licht zagen wij een hele schare van engelen gekleed in het wit. Deze engelen waren zo prachtig, lang, en zeer mooi. In het midden van al die engelen zagen wij iets verbazends, het figuur van een Man. Deze figuur was een speciaal wezen. Een Man die in een zeer witte mantel en klederen was gekleed. Zijn haar was als gouden draden. Wij konden Zijn gezicht niet zien omdat het te veel licht uitstraalde. Ook zagen wij een gouden riem rondom Zijn borst, en die riem had in goud deze woorden geschreven: "Koning der Koningen en Here der Heren." Hij droeg zuivere gouden sandalen aan Zijn voeten, en Zijn schoonheid was zonder gelijke. Toen wij de aanwezigheid van die Man zagen, vielen wij allemaal op onze knieën. Wij begonnen toen Zijn stem te horen; deze stem was zeer speciaal en wonderbaar. Elk woord boorde in onze harten zoals een tweesnijdend zwaard; zoals als het wordt geschreven in het woord van God (Hebreeërs 4:12). Hij sprak tot ons in zeer eenvoudige maar krachtige woorden. Wij konden Hem met een hoorbare stem horen zeggen, "Mijn kleine kinderen, wees niet bang, Ik ben Jezus van Nazareth, en ik heb jullie opgezocht om jullie een geheim te tonen zodat jullie het aan steden, naties, steden, kerken, en alle plaatsen kunnen tonen en vertellen. Waar ik jullie vertel om heen te gaan, daar zullen jullie heengaan, en waar ik jullie niet vertel om te gaan, zullen jullie niet gaan”.
De Heilige Bijbel, het Woord van God, zegt in Joel 2:28 " Daarna zal het geschieden, dat Ik mijn Geest zal uitstorten op al wat leeft en uw zonen en uw dochters zullen profeteren; uw ouden zullen dromen dromen; uw jongelingen zullen gezichten zien.”
Dit zijn de tijden die God voor iedereen voorbereid. Op dat zelfde ogenblik, gebeurde er iets vreemds. Een rots verscheen in het midden van de kamer, en de Heer, die met ons was, verzocht ons om op die rots te gaan staan. De rots was ongeveer 20 cm boven de vloer, en in de vloer verscheen een reusachtig gat. Het was een zwart, zeer groot, angstaanjagend hol. Plotseling, begonnen wij op de rots te vallen en gingen we door het gat in de vloer naar beneden. Het was donker en het leidde ons naar het centrum van de aarde. Ondertussen, vielen wij in die sombere duisternis en wij waren heel angstig en bang! Wij waren zo bang dat wij tegen de Heer zeiden, "Heer wij willen niet naar die plaats gaan! Neem ons niet mee naar die plaats, Heer! Haal ons hier uit, Heer!" De Heer, antwoordde ons met een zeer mooie en bewogen stem en zei, "Deze ervaring is noodzakelijk zodat jullie aan anderen kunnen vertellen wat jullie gezien hebben."
Binnen deze hoorn-vormige tunnel, staarden wij om schaduwen, demonen en figuren te zien die zich van de ene naar de andere plaats bewogen. Langzaam maar zeker, gingen wij dieper en dieper naar beneden. Binnen enkele seconden begonnen wij een leegte en grote vrees te voelen. Wij arriveerden bij enige spelonken/grotten, bij enige afschuwelijke deuren als doofhoven. Wij wilden daar niet binnen gaan. Wij begonnen een vreselijke geur en een hitte op te merken die ons naar adem deed snakken. Zodra wij die plaats ingingen, begonnen wij vreselijke dingen en angstaanjagende beelden te zien. De volledige plaats was overspoeld in vlammen; en in het midden van deze vlammen, waren de lichamen van duizenden mensen die leden in grote kwelling. Deze beelden die ons getoond werden waren zo afschuwelijk, dat we die eigenlijk liever niet wilden zien.
Wij konden zien dat de plaats in verschillende afdelingen van kwelling en lijden was verdeeld. Één van de eerste gebieden die de Heer ons toestond om te zien, was de "Vallei van de Ketels" zoals wij die noemden; het waren miljoenen ketels. De ketels waren op het niveau van de grond ingebed; van binnen waren ze gevuld met brandende lava. Binnen elk van hen was er een ziel van een persoon die was gestorven en naar de hel was gegaan. Zodra die zielen de Heer zagen, begonnen zij te schreeuwen en te zeggen, "Heer, heb genade met ons! Heer, geef me een kans om uit deze plaats te komen! Heer, neem me er uit en ik zal de wereld vertellen dat deze plaats echt is!" De Heer keek zelfs niet naar hen. Er waren miljoenen mannen, vrouwen en jonge mensen in die plaats. Wij zagen ook homoseksuelen en dronkaards die gekweld werden. Wij zagen al deze mensen schreeuwend in zo’n grote kwelling. Iets wat ons schokkeerde was om te zien hoe hun lichamen werden vernietigd. De wormen kwamen in en uit hun lege oogkassen, monden, en oren; en doordrongen de huid van hun gehele lichamen. Dit vervult het woord van God geschreven in het boek van Jesaja 66:24 " Zij zullen uitgaan en de lijken aanschouwen der mannen, die van Mij afvallig geworden zijn; want hun worm zal niet sterven, en hun vuur zal niet uitdoven, en zij zullen voor al wat leeft een afgrijzen wezen." Verder, in het boek van Marcus 9:44 lezen wij, " waar hun worm niet sterft en het vuur niet wordt uitgeblust ".
Op dat moment, werden wij helemaal met afschuw vervuld van wat wij zagen. Wij zagen vlammen van ongeveer 2.70 tot 3.60 meter hoog. Binnen elk van die vlammen, verblijft de ziel van een persoon die gestorven is en in de hel is aangekomen. De Heer stond ons toe om een man te zien die binnenin één van die ketels was. Hij stond op zijn kop en het vlees van zijn gezicht was in stukken aan het vallen. Hij bleef intens en vastbesloten kijken naar de Heer; en toen begon de man te schreeuwen en de naam van Jezus aan te roepen. Hij zei, "Heer, heb genade! Heer, geef me een kans! Heer, haal me uit deze plaats!" Maar de Heer Jezus wilde niet naar hem kijken. Jezus draaide eenvoudig zijn rug naar hem toe. Toen Jezus dit deed, begon de man de Heer te vervloeken en te belasteren. Deze man was John Lennon, een lid van de duivelse muziekgroep "de Beatles." John Lennon was een man die tijdens zijn leven de Heer bespotte en grappen over hem maakte. Hij zei dat het christendom zou gaan verdwijnen en dat Jezus Christus door iedereen zou worden vergeten. Nochtans, vandaag is deze man in de hel en Jezus Christus is levend! En het christendom is ook niet verdwenen.
Toen wij begonnen om op de randen van die plaats te lopen, strekten de zielen hun handen tot ons uit en smeekten om genade. Zij vroegen Jezus om hen daar uit te halen, maar de Heer wilde niet eens naar ze kijken. Toen begonnen wij door verschillende gebieden te gaan, specifiek, door de meest vreselijkste afdeling van de hel. Deze plaats is waar de slechtere kwellingen gebeuren, namelijk het centrum van de hel. Dit zijn de meest geconcentreerde vormen van kwelling; dergelijke kwellingen kan een menselijk wezen nooit in uitdrukking brengen. De enige mensen die daar waren zijn hen die Jezus en het Woord van God kenden. Er waren dominees, evangelisten, missionarissen, en allerlei mensen die eens Jezus hadden aangenomen en de waarheid hadden gekend; maar een dubbel leven hadden geleefd. Er waren ook afvalligen; zij leden duizend keer erger dan een ieder ander. Deze schreeuwden en smeekten de Heer om genade, maar het woord van de Heer zegt in het boek van HEBREEËRS 10:26 “Want indien wij opzettelijk zondigen, nadat wij tot erkentenis der waarheid gekomen zijn, blijft er geen offer voor de zonden meer over,"
Die zielen waren daar omdat zij gepreekt, gevast, gezongen en hun handen opgeheven hadden in de kerk, maar in de straten en in hun huizen waren zij in overspel, ontucht, en hadden gelogen en diefstallen begaan. Wij kunnen niet liegen tegen God. De Bijbel zegt, dat hij aan wie veel is gegeven, ook veel zal worden geëist. Daar, stond God ons toe om twee vrouwen te zien die christelijke zusters op de aarde waren geweest, maar die zusters hadden niet het rechtvaardige leven voor de Heer geleefd.
De een zei tegen de andere, "Jij vervloekte ellendeling! Het is jouw fout dat ik in deze plaats ben! Jij hebt niet een heilig evangelie aan me gepredikt! En omdat jij me niet over de waarheid heb verteld, ben ik nu hier in de hel!" Zij zeiden deze dingen tegen elkaar in het midden van de vlammen, en zij haatten elkaar omdat er geen liefde, genade, of vergeving in hel is. Er waren duizenden zielen die het Woord van God hadden gekend, maar hun levens waren niet rein vóór de heilige aanwezigheid van de Heer geweest. U kunt niet met God of met de vlammen van de hel spelen!" zei de Heer.
Hij
vertelde ons ook "Mijn zonen, al het lijden
op de aarde die in één enkele plaats wordt
geconcentreerd is niets, NIETS
vergeleken met~0tY8xCR_f^^U$JEץ 7 zJ0r|>'xKz`4JJ/='S Q0##ZiωhĿLpCpr4448xxtu1ttu
LJ<#tsmPs^nAu<cÃpf>>::GGG>xxtud8:1x#i>?cN!ã 4͖&+.k?|}|(_C^
1ۆN =C0#&%ݯge ڼ0<ߓ*x GC l/V*JIIG\@(+z% >% QTT\2
bx}8cïNӁu@Uãu@Uϯ!I^RQ<Ϸ~NӍUƣDף[]$"o,Sf+=Ov^߶9\enM/y8@ƒP,~YU3)YHxY
S`xڻ]˯WG?*T>K<Ch㐈p<$aǙwL=Dg~=/ڻ4 ` T +dMkF k(\ H Xע-TSS`K(p\8S~Bd*ȨȢȨUQ& UUUUUUUUUUUUUUUUUUUUUUUUUUUUUUUUUUUUUUUU"& YD_נaC|('0pỲ`0]DzPՔ U " 0 1?p[kt_O-}?^k?_on? U +dEgHo] H =aSW ֿ